De drie d’s en de rol van de raad

25-08-2014
Actueel >>

Hoe snel wennen we aan een opstelling, regels en rechten als deze plezierig zijn en zodanig dat de meesten zich er prettig bij voelen. We hebben al snel het gevoel dat het altijd al zo was, terwijl heel veel zaken in ons land helemaal niet zo heel lang goed geregeld zijn. De vraag is of alles waarvan we denken dat het goed geregeld is wel echt zo goed geregeld is. Aan de andere kant denken we bij deregulering dat heel veel zaken ineens heel anders moet of zal gaan. Ineens vergeten we dan de basis van de regelgeving, omdat het een nieuw onderwerp is. Alsof de basis dan ineens ook anders zou zijn. De deregulering van de drie D’s: de participatiewet, jeugdwet en bijzondere ziektekosten.

Het is menseigen om te denken dat de rest van de ‘wereld’ er net zo uit ziet als wat jij om je heen ziet. Tenminste als het om de goede dingen gaat, gaat het slecht in je eigen omgeving dat is menigeen geneigd om te denken dat het in de rest van de ‘wereld’ veel beter geregeld is.

De enige methode, om duidelijk te maken hoe het gaat ergens anders, is het zelf te laten ervaren, zelf te gaan kijken. Want het alleen vertellen lukt een stuk minder. De informatie gaat dan alleen je oren in naar je hersenen. Je moet het dan met je verstand maar aannemen. Wil je iets kunnen ervaren dan zijn al je zintuigen nodig, je ogen. Naast je ogen moet je het ook gaan voelen. Als je het echt voelt dan geloof je het pas echt! Als het zelf kijken niet kan dan is het laten vertellen door verschillen personen of in ieder geval op verschillende manieren een alternatief.

Er zijn nog steeds grote verschillen tussen de gemeenten, al worden die steeds kleiner, omdat men makkelijker toegang heeft tot elkaar informatie. De ene gemeente maakt daar beter gebruik van dan de ander. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw was er sprake van bestuurlijke vernieuwing. Dit betekende dat er naar de inwoners geluisterd zou worden, men kreeg inspraak. Het argument van de wethouder in de raad was dan: “we hebben naar de inwoners geluisterd en het plan is dan ook volgens de wensen van de inwoners zelf. U als raad kan dus niet iets anders vinden.”
Het lijkt wel of de tijd heeft stil gestaan, want ook nu is er bij menig college de houding van: “ we regelen het zelf met de inwoners.” Alsof de raad als democratisch gekozen orgaan om alle inwoners te vertegenwoordigen geen rol meer heeft. Sterker nog menig raadslid denkt dat het college gelijk heeft. Een misvatting van de eigen rollen van de eerst orde.

Juist de raad heeft zeker bij de decentralisaties een belangrijke rol. Weet wat er speelt in de gemeente, ken de mensen, de organisaties. Ga om de tafel zitten, laat u informeren en bepaal zelf wat u belangrijk vindt. Niet elke gemeente hoeft zelf het wiel uit te vinden, kijk ook eens rond bij andere gemeenten. Uw rol is niet anders dan bij andere beleidszaken. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het beleid, maar bedenk, u beslist zelf als raad hoe het beleid er moet zien en hoe u als raad de vinger aan de pols kunt houden.
 

Laatst vernieuwd: 08-09-2014 om 08:35

Terug